Meer informatie over kurk
Kurk is de schors van een kurkeik, die botanisch bekend staat als QUERCUS SUBER. Het is een groenblijvende boom die uitsluitend groeit in gebieden die aan de Middellandse Zee grenzen. Portugal is goed voor ongeveer 50% van de totale kurkproductie in de wereld, Spanje voor 25% en de rest komt uit Algerije, Frankrijk, Marokko, Italië en Tunesië.
Kurk werd al in 2500 v.Chr. gebruikt voor vissersvloten in het oude Egypte. De oude Grieken gebruikten kurk ook voor het maken van visserijboeien, sandalen en afsluitingen voor vaten met wijn en olijfolie. Van de veroveraar Alexander de Grote wordt gezegd dat hij een van de vele historische figuren was die kurk gebruikte. Naar verluidt heeft een stuk kurk hem ooit van de verdrinkingsdood gered toen hij een wild stromende rivier overstak.
De Romeinen gebruikten kurk voor het maken van daken van huizen, bijenkorven, schepen en vrouwenschoenen.
Rond 1600 nam een Franse monnik met de naam Dom Pérignon een grote stap in de richting van het huidige wijdverspreide gebruik van kurk als een afsluiting voor wijnflessen. In de twintigste eeuw was kurk het enige organische materiaal dat naar Mars werd meegenomen, toen het werd gebruikt voor warmte-isolatie in de Viking-ruimtesondes.
Een natuurlijk 'groen' product
In deze tijden van toenemende zorg voor het milieu, blijft kurk de enige boom die zich na elke oogst kan regenereren. De kurkschors wordt tot twee derde van de boom afgestroopt. De eerste kurkoogst wordt pas afgestroopt als de boom ongeveer twintig jaar oud is. Een dunne laag van beschermende binnenschors geeft de kurk zijn unieke eigenschap om te overleven en zichzelf te regenereren na het ontschorsingsproces. Het afstropen van de schors vereist grote vaardigheid, omdat de binnenschors niet mag worden beschadigd. Voor het ontschorsen wordt een speciaal ontworpen bijl gebruikt.
De eerste schors die van een boom wordt gehaald, wordt maagdenschors genoemd. Deze heeft een zeer onregelmatige buitenkant en is bleekgrijs van kleur. Deze schors is geschikt om in diverse minuscule afmetingen te vermalen, ideaal voor kurkisolatie en compositiekurk. Het is interessant om te weten dat het ook een zeer populair materiaal is geworden voor het maken van decoraties.
Na de eerste kurkoogst, wordt de schors één keer in de negen jaar van de boom gestroopt, totdat de kurkeik ongeveer 150 jaar oud is. De boom wordt dan vervangen door een veel jonger exemplaar. De schors die aangroeit nadat de maagdenschors is gestroopt, wordt refugo-schors genoemd. Deze ziet er volledig anders uit, met een veel gladder oppervlak, en is bruin van kleur. De eerste oogst van refugo-schors wordt meestal voor het vermalen gebruikt. Volgende oogsten leveren een betere kwaliteit kurk op met minder en dichter gesloten poriën (nerven). De meeste kurk van deze volgende oogsten wordt gebruik voor de productie van kurken of andere zaken waarvoor kurk met een fijnere uitstraling is vereist.
Nadat de schors van de boom is gehaald, blijft deze enkele dagen in het bos achter om te drogen, en om mogelijk te worden geïnspecteerd door potentiële kopers. Het kopen van kurk is niet gemakkelijk, omdat de kwaliteit niet alleen verschilt van bos tot bos, maar ook van boom tot boom. Zelfs van dezelfde boom kan kurk komen met verschillende kwaliteitsniveaus, afhankelijk van de blootstelling aan het zonlicht.
Nadat de refugo-schors in de fabriek is aangekomen, wordt deze gekookt om de houtachtige buitenlaag makkelijker te kunnen verwijderen en om de schors meer elastisch te maken, zodat deze makkelijker kan worden afgeplat. De schors wordt vervolgens op diverse diktes gesorteerd, die vervolgens weer op verschillende kwaliteit worden gesorteerd. Deze verschillende kwaliteiten bepalen de verkoopprijs en/of de geschiktheid van de kurk voor verschillende soorten productietoepassingen.
Kurk is een natuurlijk product met uitzonderlijke en unieke kwaliteiten die niet worden geëvenaard door andere natuurlijke materialen. 2 cl kurk bevat maar liefst 200 miljoen dicht op elkaar gepakte luchtcellen, die elk een diameter van 0,02 millimeter hebben. Elke minuscule cel heeft veertien kanten, waardoor vrijwel elke lege ruimte tussen de cellen wordt opgevuld.
Deze kwaliteit geeft de kurk zijn uitzonderlijke elasticiteit en de mogelijkheid om zijn oorspronkelijke vorm te behouden nadat deze wordt ingedrukt.